Authentieke Rendang

Rendang is een authentiek Indisch gerecht. Omdat ik geen roots of familie daar heb en er zelfs nog nooit ben gewéést vind ik het altijd spannend een Indisch recept te maken, maar voor deze rendang kan ik je verzekeren dat je het allemaal niet nodig hebt. Alleen wat tijd, geduld en een ritje naar de toko.
6 rode Spaanse pepers (schrik niet, door het stoven is de smaak niet te scherp), zaadjes verwijderd
3 centimeter gemberwortel, geschild en in stukken
6 sjalotjes, geschild en in stukken
200 gram santen, oplossen in 750 ml kokend water
1 kg magere riblappen, in blokjes van 2×2 cm
4 salamblaadjes
2 gespleten stengels sereh
2 cm verse laoswortel
4 knoflookteentjes, fijngehakt
2 tl koenjit
3 tl zout
Bovenstaande is niet allemaal bij de supermarkt te koop, maar het is echt een bezoekje aan de toko waard. Laoswortel kun je ook invriezen en de salamblaadjes blijven heel lang goed.
Doe de pepers, gemberwortel en sjalotjes in de blender en maal met een flinke scheut kokosmelk tot een gladde pasta. Dit is de boemboe.
Schep de pasta in een grote, voorverwarmde wok of braadpan en voeg de rest van de kokosmelk toe. Doe vervolgens het vlees, de salamblaadjes, sereh, laos, knoflook, koenjit en het zout erbij. Breng de rendang op middelhoog vuur aan de kook. Laat alles twee uur zachtjes koken. Niet afdekken, want het is juist de bedoeling dat de kokosmelk inkookt en verdampt. Schep wel af en toe om, zodat er niets aanbakt. Als de kokosmelk heel dik is een deels verdampt, regelmatig blijven roeren tot er alleen olie overblijft. Laat het vlees daar dan nog 15 minuten in bakken.
Tijdens het proces lijkt het soms een wat vreemde massa en kun je je niet zoveel voorstellen bij het eindresultaat, maar het komt er echt. Het duurt alleen de ene keer iets langer dan de andere keer. Het is hierbij dus ook belangrijk dat je geduld hebt. Maak het als je een middag thuis bent. Je hoeft niet continu boven de pan te hangen, dus je kunt prima tussendoor iets anders doen. Af en toe even roeren en kijken, het vuur iets hoger of lager draaien en erop vertrouwen dat je heel lekker gaat eten.
Als je de rendang gaat bakken kook je de rijst. Rendang heeft niet veel meer nodig dan een royale portie rijst, maar ik vind het lekker er een frisse komkommersla bij te maken en er wat kroepoek bij te eten.
Volgens wijlen Johannes van Dam is een witbiertje er heel lekker bij. In tegenstelling van wat ik altijd dacht, moet je nooit ‘pils’ drinken bij Indisch eten omdat je dan een rare, metalige smaak in je mond krijgt. Witbier is van zichzelf wat zoetig en kruidig, waardoor het heel goed combineert met deze rendang. Ik volg zijn advies graag op, ik neem alleen een alcoholvrije. Er is zo vaak een goede reden voor een lekker glas wijn bij het eten, dat ik soms wat probeer te matigen.  Ik betwijfel of Johannes dat goed zou hebben gevonden, maar het smaakt heerlijk en voelt ook nog eens goed.
Het voordeel van santen gebruiken boven blikjes kokosmelk zie ik niet echt, behalve de heerlijke, echte kokosgeur die vrijkomt bij het maken en die bij mij nog nooit uit een blikje is ontsnapt. Tijdens het koken lijkt het soms of de santen een beetje schift, maar het eindresultaat is hetzelfde als met kokosmelk.
Het vlees is boterzacht, samen met de zoete kokosmelk, nog een klein beetje pit van de Spaanse peper en gember en de frisse sereh is het een smaakvol gerecht. Je kunt hier een grote pan van maken en heel wat monden mee voeden, want iedereen vind dit lekker. Ook kinderen kunnen heel goed mee-eten, ondanks dat je dat bij zoveel Spaanse pepers in eerste instantie misschien niet zou denken. Ik had het een tijdje geleden gemaakt voor zes volwassenen en het recept keer anderhalf gedaan, omdat een restje mij erg aantrekkelijk leek. Het restje was er alleen niet, het ging schoon op.

Mirjam Lingen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *