Aspergerisotto met erwtjes en munt

Risotto is altijd een hit, bij het hele gezin. Deze is ook nog eens vegetarisch, waar ik zelf op zijn tijd ook enthousiast van word. En hij bevat lekker veel groenten en zo schuif je die ook ongemerkt (bij de kinderen) naar binnen.

Ik ben nog een beetje in vakantiestemming; rustig aan, leven van eetmoment naar eetmoment en er ook continu mee bezig zijn. Daardoor ben ik ’s middags rond een uur of drie al wat rusteloos en besluit de mise en place te maken. Op mijn gemak zet ik het volgende klaar:
olijfolie
1 ui, gesnipperd
1 stengel bleekselderij, gesneden
2 tenen knoflook, geperst
300 gram risotto
200 ml witte wijn
750 ml groentebouillon (vlak voor ik begin met koken verhit ik deze)
150 gram doperwten
450 gram geblancheerde groene asperges, gehalveerd
2 el gehakte munt
70 gram geraspte parmezaan
1 el boter
Heerlijk om dit allemaal op mijn dooie akkertje te doen. Besef me wel dat ik nu heel veel vies maak, omdat alles wat gesneden, gesnipperd of geraspt is in een apart bakje moet. Maar ook dat ik straks in een opgeruimde keuken, waar alles in de startblokken staat, ga koken. En hoe? De mise en place heb ik dus heel relaxt gemaakt, maar het koken is bijna nog relaxter.
Fruit de ui, bleekselderij en knoflook met een snufje zout in een grote pan (in olijfolie uiteraard). Al fluitend gooi ik alles in de pan, roer een keer, lees een stukje in de krant, zet alles wat vies is even in de afwasmachine en ga opgeruimd verder. Doe de rijst erbij en roer goed. Voeg de wijn toe en laat inkoken. Voeg de bouillon beetje bij beetje toe en roer af en toe. Ik moet natuurlijk wel in de buurt van de pan blijven, maar een krant leest heerlijk op het aanrecht. Af en toe wat roeren, beetje krant lezen en ik betrap mezelf erop dat ik een beetje verveeld raak. Ik doe de ijskast eindeloos veel keren open, of er niet nog iets in ligt wat ik nog nodig heb. Maar nee, ik hoef me echt alleen maar op die pan te concentreren. Na 15 minuten de groente toevoegen (ik heb de erwtjes wat eerder gedaan, niet uit verveling maar omdat ze vers zijn en dus iets langer mogen). Als de rijst al dente is; munt, kaas en boter erdoor roeren, plus peper en zout.
Het maken van een mise en place kookt natuurlijk prettig. Zeker als er gasten komen eten, is het wel zo gezellig als je af en toe je neus buiten de keuken kunt steken. Maar bij risotto vind ik deze vlieger niet helemaal opgaan, omdat je toch echt in de buurt van die pan moet blijven om af en toe te roeren. En dan vind ik het prima om ook nog wat te doen te hebben.
Het eindresultaat is in ieder geval heerlijk. Huisgenoot C. mort wel een beetje dat we alwéér risotto eten. Er zijn ergere dingen waar je je over zou kunnen beklagen, denk ik dan op mijn beurt. Dit recept is voor 4 personen en wij eten er met 3 volwassenen en 3 kleine kinderen van. Er is genoeg, maar het gaat wel op!

Mirjam Lingen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *