Abrikozen-vanillejam

Zelf jam maken heeft zoiets gezellig ouderwets. Daarnaast is het simpel, gaat je huis er heerlijk van ruiken én heb je ook nog iets leuks om weg te geven. Ik besef wel ineens dat er in jam wel heel erg veel suiker zit, maar dat mag de pret niet drukken.

Het volgende gaat erin:
1 kg abrikozen, gehalveerd en ontpit
700 gram suiker (dat is toch minder dan de vruchten)
2 vanillestokjes, gespleten
DSC_5671
Breng alle ingrediënten met 200 ml water in een grote pan langzaam aan de kook. Roer regelmatig en volgens Jamie moet je het een uur zachtjes koken, maar ik doe het ruim anderhalf uur. De abrikozen zijn nog helemaal intact na een uur en ik wil ze in de jam toch wat zachter en in stukjes hebben.
Na anderhalf uur schenk ik de jam in gesteriliseerde potten (even uitkoken). Het recept is voor 2 potten, dus ik heb één grote en twee kleine potten klaar gezet. Gelukkig heb ik in de kelder nog wat oude jampotten staan, want het past absoluut niet. Ik haal hier 3 grote en 2 kleine potten uit.
Maar dan komt de vraag: moet ik de potten direct dichtdraaien of eerst de jam een beetje af laten koelen? Ik weet het niet, dus bel ik mijn moeder die nog wat ouderwetse kookboeken op de plank heeft staan. En zij heeft het antwoord binnen een minuut: de potten op een natte lap zetten, vullen tot de rand met de warme vloeistof en direct dichtdraaien. Dit soort ouderwetse weetjes zijn toch altijd handig!
De smaak is heel zoet, maar ook erg lekker. De vanille proef je heel goed, wat deze jam net weer iets anders geeft dan ‘gewoon’ abrikozenjam. De potjes zijn grotendeels uitgedeeld en zelf eet ik er ook lekker van, inclusief oudste zoon die het fantastisch én lekker vindt om zelfgemaakte jam te eten.

Mirjam Lingen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *